Wie zijn de Marrons van Suriname?
De Marrons zijn nazaten van tot slaaf gemaakte Afrikanen die vanaf de 17e eeuw van de plantages vluchtten en in het regenwoud eigen gemeenschappen stichtten. De grootste groepen zijn de Saamaka langs de Surinamerivier en de Okanisi langs de Marowijne. Je leert hun cultuur kennen tijdens een verblijf in Boven-Suriname.
Tours naar Marrondorpen
Bij deze lodges aan de Surinamerivier hoort een dorpsbezoek met een gids uit de omgeving.
Marroncultuur in een rondreis
Bij al onze rondreizen hoort een verblijf in Boven-Suriname, met een kennismaking met de Saamaka-cultuur.
Wil je alle routes vergelijken? Bekijk dan onze rondreizen door Suriname
Een Marrondorp opnemen in je rondreis?
Vertel ons je wensen, dan maken we een vrijblijvend voorstel. Een rondreis op maat van 2 tot 3 weken kost gemiddeld €1.600 tot €3.500 per persoon, exclusief vlucht.
Wie zijn de Marrons?
De Marrons zijn nazaten van Afrikanen die als tot slaaf gemaakten naar Suriname werden gebracht en van de plantages wisten te vluchten. Vanaf de 17e eeuw trokken zij het regenwoud in, waar ze buiten het bereik van het koloniale bestuur eigen dorpen en samenlevingen opbouwden. Na jarenlange strijd sloten de koloniale autoriteiten in de 18e eeuw vredesverdragen met een aantal groepen, waarin hun vrijheid en gebied werden erkend. Daarmee zijn de Marrons een van de weinige gemeenschappen in de Amerika's die hun vrijheid op die manier hebben afgedwongen.
De Marronvolken
- Saamaka (Saramaccaners): langs de boven- en middenloop van de Surinamerivier, in Boven-Suriname. Dit is de groep die de meeste reizigers ontmoeten.
- Okanisi (Aucaners of Ndyuka): langs de Marowijne en de Tapanahony in het oosten.
- Matawai: langs de Saramaccarivier.
- Paamaka: langs de benedenloop van de Marowijne.
- Aluku (Boni): rond de Lawa, deels aan Frans-Guyanese zijde.
- Kwinti: de kleinste groep, langs de Coppename en de Saramacca.
Elke groep heeft een eigen taal, een eigen gebied en een eigen bestuur, met dorpshoofden (kapiteins) en aan het hoofd een granman.
Taal, kunst en muziek
De Marrontalen zijn creooltalen met Afrikaanse en Europese invloeden, zoals het Saamaka en het Okanisi. Marronkunst is herkenbaar aan het houtsnijwerk met vlakvullende patronen, dat je terugziet op korjalen, deuren, bankjes en peddels. Ook textiel met opgenaaide stroken hoort erbij. Muziek en dans spelen een grote rol bij feesten en rituelen, met trommels die per gelegenheid verschillen.
Een Marrondorp bezoeken
De meeste bezoeken vinden plaats in Boven-Suriname. Je reist vanuit Paramaribo naar Atjoni en vaart daarna per korjaal naar een lodge. Vanaf daar ga je met een gids uit de omgeving het dorp in.
- Jaw Jaw a Tela: verblijf in het Saamaka-dorp Jaw Jaw zelf.
- Isadou en Danpaati River Lodge: op een eiland in de rivier, met dorpsbezoeken in de omgeving.
- Awarradam, Knini Paati en Menimi: kleinere lodges verder stroomopwaarts.
- Expeditie Djoemoe: voor wie dieper het binnenland in wil.
Volg in het dorp de aanwijzingen van je gids, vraag toestemming voordat je mensen fotografeert en draag kleding die schouders en knieën bedekt.
Marrons en inheemsen: niet hetzelfde
Marrons en inheemsen wonen allebei vooral in het binnenland en worden daardoor vaak verward. De inheemse volken, zoals de Kari'na, Lokono, Trio en Wayana, zijn de oorspronkelijke bewoners van Suriname en woonden er al duizenden jaren voor de komst van de Europeanen. De Marrons kwamen als tot slaaf gemaakten uit Afrika en vestigden zich pas vanaf de 17e eeuw in het bos. Meer lees je op de pagina over de inheemse cultuur.
Marroncultuur buiten het binnenland
Ook in Paramaribo en in Nederland is de Marroncultuur zichtbaar, in muziek, taal en eten. Op 1 juli wordt met Keti Koti de afschaffing van de slavernij herdacht, een dag die voor Marrons en Creolen een eigen betekenis heeft. Meer over alle bevolkingsgroepen lees je op de pagina over de Surinaamse cultuur.
Veelgestelde vragen over de Marrons van Suriname
De Marrons zijn nazaten van tot slaaf gemaakte Afrikanen die vanaf de 17e eeuw van de plantages vluchtten en in het regenwoud eigen dorpen stichtten. De inheemse volken, zoals de Kari'na, Lokono, Trio en Wayana, zijn de oorspronkelijke bewoners van Suriname en woonden er al duizenden jaren voor de komst van de Europeanen.
Er zijn zes Marronvolken: de Saamaka langs de Surinamerivier, de Okanisi (Aucaners) langs de Marowijne en Tapanahony, de Matawai langs de Saramaccarivier, de Paamaka, de Aluku rond de Lawa en de Kwinti. Elk volk heeft een eigen taal, gebied en bestuur.
De meeste dorpsbezoeken vinden plaats in Boven-Suriname, bij de Saamaka. Je reist vanuit Paramaribo naar Atjoni en vaart per korjaal naar een lodge, zoals Jaw Jaw a Tela, Isadou of Danpaati. Vanaf daar ga je met een gids uit de omgeving het dorp in.

.avif)


.avif)
.avif)
.avif)

.avif)




.avif)

.avif)




.avif)
